Karate Mondiaal

JKA dojo

Het ontstaan van de J.K.A.
Politiek en ruzies zullen er altijd in sportorganisaties zijn. De ontwikkeling van karatedo in zijn huidige sportvorm is niet altijd over rozen gegaan. Gichin Funakoshi was zelf ook radicaal en revolutionair. In zijn tijd was er ook strijd tussen de meesters onderling. In die zin is er eigenlijk niets veranderd. Hij veranderde de kata’s en gaf ze nieuwe namen. In feite doen wij het zelfde; wij blijven ook veranderen, we structureren onze eigen organisaties en scholen. De grootste verandering die Funakoshi teweeg heeft gebracht is zijn eigen standaard te veranderen in een Japanse standaard, het karakter Chinese Hand (Kara-te) te veranderen in lege handen (Kara-te). De klank veranderde niet, alleen het teken. Echter deze verandering had een diep filosofische achtergrond, de betekenis van lege handen, zonder wapens, maar ook zelf leeg zijn en daardoor jezelf reflecteren aan de omgeving.

De verandering van de technieken en de namen van kata’s was geen daad om de kunst radicaal te maken, maar meer een reden om deze kunst toegankelijker te maken voor het Japanse volk. Uit geschriften blijkt wel dat voordat hij de veranderingen doorvoerde hij toch wel advies inwon bij een raad van wijze karateka. Ook de andere karatemeesters van Okinawa, die oorspronkelijk zich verzetten tegen deze veranderingen, zagen in dat deze veranderingen toch wel noodzakelijk waren voor een goede communicatie. Vanaf de eerste dag in Japan heeft Funakoshi beseft dat er veranderingen nodig waren. Zijn contacten waren met de hogere klassen, zoals professoren, advocaten, collega karatemeesters en militairen. In die tijd was het ondenkbaar dat zij termen zouden gaan gebruiken die oorspronkelijk door het gewone volk werd gebruikt. Als onderwijzer had Funakoshi het idee om het karatedo te laten accepteren als een onderdeel van de lichamelijke opvoeding op alle scholen. Zodoende koos hij voor eenvoudige kata technieken en namen.

De 15 Funakoshi kata’s
De originele eerste dan eisen van Funakoshi waren 15 kata’s:

  • Pinan Shodan  werd Heian Nidan
  • Pinan Nidan werd Heian Shodan
  • Pinan Sandan werd Heian Sandan
  • Pinan Yondan werd Heian Yondan
  • Pinan Godan wed Heian Shodan
  • Naihanchi shodan werd Tekki Shodan (ijzerenpaard of ruiter)
  • Naihanchi nidan werd Tekki midan (ijzerenpaard of ruiter)
  • Naihanchi midan werd Tekki Sandan (ijzerenpaard of ruiter)
  • Patsai werd Bassai
  • Kokuson werd Kushanku, daarna Kwanku en tenslotte Kanku (kijken naar de lucht)
  • Wanshu werd veranderd in Enpi (vlucht van de zwaluw)
  • Seichin werd veranderd in Hangetsu (halve maan)
  • Chinto werd Gankaku (kraanvogel op de rots).
  • Jutte (tien handen) werd Jitte
  • Jion (tempel klok)  bleef Jion
  • Van sommige onbekende kata’s die na Funakoshi’s dood werden beoefend zijn ook de namen veranderd bijvoorbeeld Rohai werd Meikyo (spiegel). Anderen behielden hun oorspronkelijk naam zoals Goju-Shiho, Niju-Siho en Unsu.

    Old Boys
    Tussen 1920 en 1930 hield Funakoshi zich het meest bezig met de verbreiding van karate op de hogere scholen (colleges). In 1940 had ongeveer 30 procent van alle universiteiten een karateclub die onder auspiciën stond van Funakoshi. Meestal hadden die de naam “Old Boys Club”. (In London is er nog een Shotokan-club met deze naam en staat onder leiding van Kawazoe). De Old Boys waren meestal afgestudeerde studenten. Zij zagen er op toe dat de karate lessen doorgingen. Meestal hadden zij op de campus een eigen kantoor. Zij waren zeer prestigieus. Zij wilden beter zijn dan hun rivaliserende clubs die verbonden waren aan de andere universiteiten.
    Het verslaan van Japan tijdens de tweede wereldoorlog gaf maar een korte onderbreking in de ontwikkeling van de oosterse krijgskunsten. Meteen na de tweede wereld oorlog reorganiseerden alle karateka zich met het doel een grote en sterke karate organisatie op te bouwen ter ere van hun meester Gichin Funakoshi. In 1949 richtten de universiteitclubs, de Old boys clubs en sommige privé Dojo’s de Nihon Karate Kyokai (Japanse Karate Associatie = J.K.A.) op. Zij benoemden Gichin Funakoshi tot hun Chief Instructor. Deze organisatie was allereerst landelijk opgezet met regionale onderafdelingen. De leiding van deze regionale onderafdelingen was in handen van de Old Boys van Hosei, Keio, Takushoku en Waseda Universiteit. Er waren drie grote regio’s, de Kanto (Tokyo) regio stond direct onder de staf van het hoofd-kwartier, terwijl Hokkaido (Noorden van japan) werd geleid door Minoru Miyata, en de Kansai (Oska, Kobe and Kyoto) regio werd geleid door Osamu Ozawa.
    De J.K.A. werd in oorsprong georganiseerd door zeer welvarende karateka. Isao Obata, de voorzitter, was zelf ook president van zijn eigen handelsmaatschappij. De eerste president van de J.K.A. was Saigo Kichinosuku. In zijn dagelijks leven was hij een invloedrijk politicus. Echter geen van deze personen had de tijd om de organisatie goed te runnen. Zij stelden daarom een volledig betaalde staf aan die de administratie moest runnen.  Omdat Japan in een economisch moeilijke tijd zat was het makkelijk om personeel te vinden dat administratief onderlegd was en ook karate beoefende. Masamato Takagi, een zeer getalenteerde businessmanager en en vijfde dangraad (godan) houder werd ingehuurd als hoofd van het secretariaat. Masatoshi Nakayama, een van de beste karateka uit die tijd, werd aangesteld als hoofdinstructeur om de dagelijkse trainingen te leiden op het hoofdkwartier. Kimio Ito werd hoofd van de administratie. Hidetaka Nishiyama werd chef van de technische commissie. Deze organisatie werd geleid door zeer goede karateka die, ondanks de moeilijke tijd die Japan door maakte, de J.K.A. tot een zeer succesvolle organisatie maakte. Door deze organisatie is het karate ook internationaal door gebroken.

    Commerciële dojo
    In april 1955 opende de J.K.A. zijn eerste commerciële dojo.Deze dojo werd gevestigd in een voorzaal van het Kataoke Bioscoop Centrum. Een grote reclamecampagne werd begonnen om nieuwe studenten te werven. Vele oude meesters vonden het een schande om met karatedo geld te verdienen. Toch is op deze wijze het karatedo ook bekend geworden bij het gewone volk.
    In die tijd werd ook het sport karate ontwikkeld. De universiteitclubs wilden zich met elkaar meten. Sinds 1936 bestond er een soort uitwisseling van technieken en demonstraties. Deze vorm heette kokangeiko. Zo nu en dan waren er ook wedstrijden in vrije gevechten, echter deze mondden bijna altijd uit in bloedbaden. Funakoshi was hiervan een fel tegenstander. Sinds 1950 gingen ook andere stijlen karate het vrije gevecht ontwikkelen. De J.K.A. startte met het maken van reglementen. Meer dan vijf jaren studie duurde het voordat er regels kwamen. De volgende problemen bleven echter bestaan:

    • Karate heeft zeer veel technieken, en ze zijn zeer krachtig en effectief.
    • Als contact is toegestaan dan zijn blessure en ongelukken niet te vermijden.
    • Het is onmogelijk om beschermende uitrustingen te maken die tegen deze weerstand kunnen bieden.
    • Beschermende uitrustingen werken belemmerend op de bewegingsvrijheid.
    • Testen hebben uitgewezen dat de nek niet de klap kan verwerken van een stoot of trap tegen het hoofd.

    De J.K.A. bleef doorgaan met haar studie en in augustus 1956 werden de eerste wedstrijd-reglementen gepubliceerd in drie hoofdstukken en 16 artikelen. Deze werden opgestuurd naar alle aangesloten dojo’s met een uitnodiging voor het eerste karate kampioenschap. Op 6 juni 1957 werd het eerste kampioenschap gehouden. Eén jaar lang konden karateka trainen voor dit grootse evenement. Dit tournament werd gehouden in de Tokyu Metroplitan Gymnasium Hal. Gevuld met toeschouwers trainers en karateka werd dit een wereldwijd succes. Door dit toernooi kreeg de J.K.A. ook bekendheid in de wereld. De eerste kampioen was Hirokazu Kanazawa, hij is tegenwoordig de leider van de Shotokan Karate International. De J.K.A. stuurde continue grootmeesters naar Amerika, Afrika en Europa.

    De meesterst in de USA:

    Meester JKA van de USA

    De meester in Europa:

    JKA Meesters van Europa

     (van links nara rechts) –  Kawasoe, Enoeda, Kase, Shirai, en Tomita. 

    Hier in Europa heben vooral sinds het begin van de jaren 60 deze grootmeesters een flinke stemple gedrukt op het shotokan. Meesters zoals sensei Kase, sensei Enoeda, sensei Shirai, sensei Myazaki, sensei Ochi, sensei Kanazawa hebben met veel elan het gedachte goed van Gichin Funakoshi verspreid. Men kan stellen dat de invloed van de J.K.A. op het karate in het algemeen zeer groot is geweest.

    JKA logo

     

    Social Media

    Je kan veel tegenstanders bevechten en daarvan winnen. Je kan beter de kunst gebruiken om mensen te helpen aan hun leven invulling te geven.

    — André Brockbernd (@Dokandojo) Twitter

    Klik hier voor meer tweets, volg de Sensei op Twitter....

    Skype Me!
    Gebruik
    Skype
    en bel ons gratis.

    Last updates
    Zoeken