Dokan Budo Foundation Nieuwsflits


In deze editie:


• Wabi-Sabi
• Dokan en iaido
• Kyugraad-examens
• Karate trainen op reis, deel 2
• Laatste Bunkai-stage
• Agenda


Wabi-Sabi


door: André Brockbernd
Het overkomt mij nog weleens, wanneer ik iets moois zie, zoals een beeld, schilderij of een meubelstuk dat ik denk, dat is typisch Japans. Je kan dat ook hebben met lezen van gezegdes en gedichten. Laatst las ik: “Trouw is ook de weg naar verraad” en dacht, dat moet een Japans gezegde zijn. Het bleek inderdaad een quote te zijn van Yoshida Kenko, een boeddhist en schrijver (1283-1350). Wat maakt dit dan zo typisch Japans? In Japan noemen ze dit wabi-sabi, 侘 寂. (Niet te verwarren met Wasabi een zeer scherpe specerij uit de Japanse keuken.) Dit is een concept uit de traditionele esthetiek uit Japan. Het gaat om een wereldbeeld van vergankelijkheid en imperfectie. Het esthetische wordt soms beschreven als het onvolmaakte, het onbuigzame en de onvolledige schoonheid. Kenmerken van de wabi-sabi zijn asymmetrie, ruwheid, eenvoud, bescheidenheid, intimiteit en integriteit. De woorden “wabi” en “sabi” zijn niet makkelijk te vertalen. Ze zijn typisch Japans. Wabi is oorspronkelijk de eenzaamheid van het leven in de natuur, ver weg van de moderne maatschappij. Sabi, aan de andere kant, is de schoonheid die met leeftijd komt, wanneer het lange leven van het voorwerp duidelijk te zien is in de slijtage en er enige reparaties te zien zijn. Voorbeelden zijn roest, of een schimmel of een doorleefd oud gezicht. Toch is wabi-sabi niet puur Japans.

Hier in het Westen bestaat het ook wel. Bijvoorbeeld een oude half ingestortte verlaten schuur, in een Schots landschap heeft een mate van schoonheid en onvolmaaktheid. Het moderne karate kent eigenlijk geen wabi-sabi meer, zelfs het tegenovergestelde. Als ik kijk naar de huidige katawedstrijden van de World Karate Federation, waarvan legio voorbeelden zijn te zien op YouTube, zie ik perfectie, symmetrie en acrobatiek. Het moet allemaal precies zijn. Prachtig om te zien en ik heb veel respect hoe deze karateka het zo voor elkaar krijgen, wat een beheersing. Toch hou ik van wabi-sabi, het oude karate was gemeen, asymmetrisch en effectief. Met de transformatie van karate-jutsu (verdedigingsmiddel) naar karatedo (de weg) ontstond er een kunst. De oude kata’s die bestemd waren voor zelfverdediging werden omgebogen tot een bewegingsvorm. Je ziet de oude kata’s nog weleens op internet. Oude karatemeesters, vooral op Okinawa, willen ze nog weleens demonstreren. Ze zijn niet mooi, niet symmetrisch en ogen onlogisch. Dat is het Wabi-Sabi in karate. Niets is prefect, niets duurt, en niets is klaar. Als dit niet de betekenis van karate weergeeft, dan weet ik het ook niet meer.


Dokan en iaido


door: André Brockbernd
Over de Japanse cultuur zijn een reeks van clichébeelden bekend zoals kersenbloesems, geisha’s en de theeceremonie. Ook het beeld van de samoerai ontbreekt niet bij deze beelden. Deze krijgers werden al bezongen in de dertiende eeuw door rondtrekkende minstrelen. In de afgelopen decennia zijn er vele films aan de samoerai gewijd. Ook in de kunst, zoals rolschilderingen en kamerschermen werden zij levensecht tot uitdrukking gebracht. Bijna alle oorlogen werden beslist met het zwaard, het wapen van de samoerai. Maar het zwaard was niet alleen een wapen, het was vaak een familie-erfstuk. Er zijn in de geschiedenis periodes van vrede geweest waar eigenlijk het zwaard niet gebruikt werd. In deze tijd oefende de samoerai de zwaardtechnieken voor zelfontwikkeling. Zij oefenden en handelden volgens strikte normen van voorgeschreven moraalcodes waardoor er een weg werd geopend naar het hogere inzicht in de ultieme waarheid omtrent de zingeving van zowel leven als dood. Het voortdurend oefenen van lichaam en geest is het bewandelen van de weg van de samoerai, het bushido. De uitdaging is niet het winnen of verliezen, maar is de overwinning van zichzelf. Het zwaard is de ziel van het bushido.

Onze dagelijkse bezigheden, of dit nu werkzaamheden buitenshuis zijn of binnenshuis, vragen veel van onze aandacht, tijd en energie. Deze dagelijkse bezigheden afwisselen met geheel andere activiteiten herstelt de balans. Het iaido is te omschrijven als de kunst van het snel en vloeiend trekken van het zwaard gevolgd door een aanval, en behoort tot het budo. Iaido is sterk verwant aan andere Japanse vechtkunsten zoals kendo, en jodo. Het iaido wordt beoefend met een houten zwaard (bokken), metalen oefenzwaard (iaito) of gesmeed scherp zwaard (shinken). Welk type zwaard wordt gebruikt heeft veelal te maken met de mate van geoefendheid van de iaidoka. Het iaido richt zich op de maximale aandacht, het betreft bewegingen van een bijna meditatieve aard. Het iaido is een vechtkunst zonder tegenstander.
Ons karate (Shotokan) is zeer explosief en krachtig en iaido is daar een mooie tegenhanger van. Niets mag gespannen zijn, alles zonder kracht maar met uiterste concentratie en daarom ook moeilijk. Ik train elke dinsdagavond iaido bij René van Amersfoort Sensei, 7e dan iaido en ook 8e dan jodo, van Dojo Kiryoku. Hij is een zeer inspirerende leraar, die elk weekend ergens in Europa, internationale iaido- en jodostages leidt. Ook bezoekt hij regelmatig Japan voor trainingen.

Ik train elke maandagavond iaido in onze dojo, en probeer dat in dezelfde sfeer te doen als in de dojo van René van Amersfoort Sensei. Als je zin hebt om mee te trainen, je bent van harte welkom.


Kyugraad-examens


Op maandag 26 juni 2017 zijn er weer kyugraad-examens. Als je hieraan wilt meedoen is het wellicht verstandig om dit nu al aan mij te melden. Ik kan je dan helpen en adviseren. Het meedoen aan een examen is overigens niet verplicht. Om deel te nemen aan het 3e kyu (bruine band) examen moet je van mij een uitnodiging krijgen. Wanneer je bereid bent om bruine band examen te doen geef je in feite aan dat je op termijn een zwartebandexamen wil gaan doen. Op de website staan alle exameneisen (https://www.dokan.nl/examens/). Let ook op de extra eisen, zoals het minimaal aantal te volgen trainingen en het deelnemen aan stages. Als je niet zeker weet of je hieraan kan voldoen, vraag het dan aan mij.


Karate trainen op reis, deel 2


Door: Lotte Woittiez
Hoe vaak ga ik trainen?
Ik train het liefst zo vaak mogelijk, maar niet te lang. Mijn ervaring is: hoe vaker je traint, hoe makkelijker het is om aan de gang te blijven. Dat is ook een goede oplossing voor ‘hoe zorg ik dat ik hard ga trainen’, want als je niet te lang maar wel vaak traint is het makkelijker om gemotiveerd te blijven. Het helpt om een vast moment van de dag kiezen om te trainen, bijvoorbeeld ’s morgens vroeg of aan het eind van de middag. Als je dat een paar weken volhoudt gaat het vanzelf kriebelen rond die ‘trainingstijd’!

Waar ga ik trainen?
Dat kan een lastige vraag zijn als je op reis bent! Als je kamer groot genoeg is kun je gewoon daar trainen (maar niet te laat op de avond in verband met de benedenburen). Zo niet, dan zijn grasveldjes en fitnesszaaltjes ook heel geschikt. Het nadeel van beide is dat er waarschijnlijk mensen naar je gaan staan staren, dus een beetje een rustig hoekje of een rustig moment van de dag is het prettigst. Een breed stevig strand is natuurlijk helemaal mooi, maar nog weer wat lastiger te vinden…

Wat ga ik trainen?
Nog zoiets waar je normaal gesproken niet over na hoeft te denken. Ik heb gemerkt dat ik het fijn vind om één onderwerp te kiezen per training, bijvoorbeeld geri waza, en het daarbij te houden. Het voordeel van in je eentje trainen is dat je zo lang als je wilt met één techniek aan de gang kunt gaan. Je kunt bijvoorbeeld de trappen uitkiezen waar je minder goed in bent en die heel vaak rustig doen. In de training in de dojo is daar meestal geen gelegenheid voor, maar als je alleen traint mag alles! Om in te komen kun je bijvoorbeeld wat oude kihons en kata’s herhalen.

Hoe lang ga ik trainen?
Zoals eerder gezegd, als je alleen traint is het volgens mij makkelijker om regelmatig kort te trainen dan af en toe heel lang. Na een tijdje word je namelijk flink moe en weet je misschien niet zo goed meer wat je wilt doen, dus dan wil je weer ophouden. Zelf gebruik ik muziek om de trainingstijd af te bakenen. Ik heb een vrij standaard warming up om mee te beginnen, op de soundtrack van Hero. Als ik dat nummer opzet krijg ik meteen zin om karate te trainen, dus soms zet ik hem alvast aan als ik me ga omkleden! Daarna heb ik nog een tweede nummer voor de warming up, en daarna zo’n 20 minuten lang een paar nummers van Kodo, om echt karate op te trainen. Vervolgens heb ik een gaaf liedje om wat krachttraining op te doen, en dan twee liedjes om te rekken en strekken. In zo’n geval train ik dus maar zo’n 30-40 minuutjes, hoewel ik ook vaak langer train als ik meer tijd en ruimte heb. Maar 30 minuten is al genoeg om helemaal warm en bezweet te raken en een heerlijk voldaan gevoel aan de training over te houden.

Hoe zorg ik dat ik hard ga trainen?
Naast regelmatig trainen is hard trainen misschien wel het lastigste als je alleen bent. Zonder sensei André om je aan te sporen is het moeilijk om jezelf echt uit te putten, en een killer kihon zonder sensei Smaal, dat kan gewoon bijna niemand. Dus als ik alleen ben train ik anders, met wat meer aandacht voor techniek en wat minder de nadruk op kimé. Maar je zult merken: als je een kata drie keer loopt met diepe standen ga je vanzelf steeds harder, en word je ook vanzelf moe. Hetzelfde geldt natuurlijk voor kihons. Trappen vind ik een fijne manier om mezelf moe te maken; als je er twintig gedaan hebt begin je vanzelf te zweten, ook zonder kime, en je kunt er natuurlijk nog veel meer doen. Bij wijze van extra work-out heb ik nog een paar lekkere routines voor aan het eind van de training, met push-ups, sit-ups, etc. Die doe ik aan het eind van iedere training, gewoon om mezelf in vorm te houden. En ten slotte gebruik ik zoals gezegd graag muziek. Opzwepende muziek zorgt dat je harder gaat trainen en het maakt het trainen nóg leuker. En een vast liedje voor de verschillende onderdelen helpt ook heel goed om het ritme in de training te houden.
Kortom, als je op reis gaat is dat een mooie gelegenheid om bij andere karateclubs langs te gaan, en je kunt ook van de gelegenheid gebruik maken om lekker zelf te oefenen en dieper in te gaan op die paar technieken die je graag nog wilde verbeteren. Als het even kan, neem dan je karatepak mee waar je ook heen gaat! Of zo niet je pak, dan toch in ieder geval sportkleren waarmee je je in een dojo zou kunnen vertonen. Want of je nu ergens meetraint of dat je voor jezelf bezig gaat, je voelt je overal meer thuis als je lekker met karate bezig blijft.


Laatste Bunkai-stage


Op zondag 28 mei 2017 is er de laatste bunkai-stage. Tot nu toe zijn de eerste 3 heians/pinans behandeld. Ook zijn er zelfverdedigingsprincipes behandeld. Als je de eerdere stages van dit jaar hebt gemist is dat is geen probleem, elke training staat op zichzelf zodat je hieraan kan deelnemen. Na de zomer wordt er weer een nieuwe serie bunkai-stages in gepland.


Agenda


  • zaterdag 27-05-2016 Karate wedstrijdtraining René Smaal | Utrecht
    https://karatedo.shukenmashi.nl/
  • zondag 28-05-2017 Bunkai-stage Sensei André Brockbernd | Zeist
    (https://www.dokan.nl/bunkai-stage-zondag-28-05-2017/)
  • zondag 11-06-2017 Centrale Training iaido | Amsterdam
  • weekend 24 en 25-06-2017 Stage sensei Pascal Lecourt | Rouen
  • maandag 26-06-2017 Kyugraad-examens
  • zaterdag 10 juni 2017 Wedstrijdtraining door John Reeberg | Zeist
    http://www.hangan.nl/stages
  • woensdag 28-06-2017 – Slotavond | Zeist
  • juli en augustus – geen trainingen – zomervakantie
  • weekend 07 en 08-10-2017 Stage sensei Pascal Lecourt | Zeist
  • zondag 05-11-2017 karatestage met Sensei Jaap Smaal
  • zaterdag 09-12-2017 Dangraadexamens World Shotokan Ryu | Apeldoorn

 

Wordt deze e-mail niet correct weergegeven? Bekijk het in de browser