image_pdfimage_print

Het Japanse zwaard.

Geen ander wapen is zo verbonden met de cultuur, geschiedenis en traditie van Japan. Het zwaard is de ziel van de Japanse krijger, de samoerai. Oorlogen en persoonlijke vetes werden beslist met het zwaard. Maar voor de samoerai was het zwaard meer dan een wapen voor op het strijdveld. Het zwaard was vaak een erfstuk dat van vader op zoon ging. Het was zonder meer het belangrijkste bezit van de samurai. In 1600, na vele jaren van oorlog, bracht Tokugawa Ieyasu (rechts) vrede in Japan. De samurai ging zich steeds meer toeleggen op zelfontwikkeling, inplaats van oorlog voeren. Het hanteren van het zwaard werd een manier om zich geestelijk te verrijken.

De ontwikkeling van kenjutsu, de zwaardkunst met het zwaard uit de schede  naar het iaijutsu, de kunst waarbij het zwaard in de schede begint, wordt toegeschreven aan Hayashizaki Jinsuke Minamoto no Shigenobu. Hij werd gezien als de vader van het moderne iaido, omdat hij aan het begin van deze ontwikkeling stond. Een eeuw later introduceerde Hasagawa Eishin het dragen van het zwaard met de scherpe kant naar boven.  De Musô Shinden Ryû, werd rond het midden van de vorige eeuw vastgelegd door Nakayama Hakudô. De charismatische Hakudô was afkomstig uit de prefectuur Ishikawa.

Aan het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw werd het verbod op wapens en krijgskunsten, dat door de Amerikanen in de tweede wereldoorlog was ingesteld, opgeheven in Japan. Het klassieke iaido werd  na de oorlogsjaren illegaal onderwezen. De Zen Nippon Kendo Renmei werd opgericht als een organisatie waarin de zwaardkunsten vertegenwoordigd werden. Omdat de de iaido-scholen fundamenteel van elkaar verschilden, was het onmogelijk om dangraden en lerarendiploma’s uit te reiken. Er kon geen goed vergelijk worden gemaakt tussen de stijlen. Ook wilden kendoleraren hun leerlingen laten oefenen met een echt zwaard in plaats van een shinai, het bamboezwaard. Ook zijn de meeste klassieke stijlen veel te moeilijk om ze binnen een redelijke tijd te leren.

Hierop werd besloten om een set basisvormen te maken, waarmee alle iaidoka van alle klassieke scholen examens konden doen, die werden samengesteld uit verschillende klassieke scholen. De twaalf hoogste iaidomeesters hebben vervolgens zeven kata samengesteld met veel compromissen. In mei 1969 werden deze zeven gepresenteerd: Mae, Ushiro, Ukenagashi, Tsuka ate, Kesa giri, Morote tsuki en Sanpo giri. In 1981 kwamen daar nog drie andere kata bij, het Ganmen ate, Suete tsuki en Shiho giri. In 2001 zijn daar So giri en Nuki uchi bijgekomen. Uiteindelijk zijn het 12 kata samengesteld uit verschillende technieken en stijlen.

Hoe staan de traditionele Japanse schermkunsten ervoor in de huidige tijd? Het is nu een tijd van recreatie en sport. Echter bij Dokan proberen we de leerlingen in de ban te laten raken van het fascinerende raffinement van de klassieke schermtraditie. Het iaido bij Dokan is hiervoor een mooi beginpunt. Bij Dokan ontdek je de schoonheid van harmonie tussen lichaam, geest en wapen.