image_pdf

Mij wordt de afgelopen tijd vaak gevraagd of de erkenning van karate als een officiële olympische sport goed of niet goed voor karate is? Vaak zie je dat de “traditionele krijgskunst beoefenaar” zich keert tegen de moderne sportieve vormen zoals karate en judo. Zij vinden dat vooral de oude waarden en doelstellingen van deze kunsten te grabbel worden gegooid, en dat het zelfverdedigingsaspect daardoor verloren zou gaan. Zeker de wat oudere beoefenaren zetten zich af tegen de wedstrijdsport.

Ik zie mijzelf wel als een traditionele beoefenaar van vechtkunsten. Het karate heeft inderdaad mijn hart gestolen, terwijl ik daarnaast ook met veel passie het iaido (Japanse zwaardkunst) beoefen. Als ik nu aan het stereotype beeld moet voldoen zou ik “anti sport” zijn. Echter dat is niet het geval, verre van zelfs. In mijn vroege karatejaren heb ik aan wedstrijden meegedaan, en met veel plezier. Iedereen heeft wel een mate van competitief gedrag, kijk maar om je heen er zijn tal van voorbeelden. In het onderwijs bijvoorbeeld de wedstrijdjes tijdens de gymnastieklessen. De meeste sporten zijn gericht competitie, het gaat om het winnen, wie is de beste. Het spelen van spelletjes is al een manier van competitief met elkaar bezig zijn. Een gezonde vorm van bewijsdrang is goed voor één ieder.

Ook heb ik te maken met de vraag welke vechtsport het beste te gebruiken is voor zelfverdediging. De volgende meningen zie je dan langs komen. Karate is te springerig en heeft te veel de nadruk liggen op de controle van technieken. Teveel stoten in de lucht, dus zonder echte fysieke weerstand. Bij de N.M.A. (Mixed Martial Arts) zou er teveel grondgevecht zijn, wat dodelijk zou zijn in reële situaties. Bij judo ben je teveel afhankelijk van het pakken van kleding, en is er een gebrek aan trap-, stoot- en slagtechnieken. Ook het hoofd naar voren en de handen laag zou tot gevaarlijke situaties kunnen leiden in het echte gevecht. Bij het boksen is er een gebrek aan worsteling en trappen en men is teveel afhankelijk van de dekking van de bokshandschoen. Bij het thaiboksen is er geen grond gevecht en men weet niet om te gaan met vallen naar de grond. In feite is dit allemaal waar, maar zou dan daarmee de kunst waardeloos zijn? Of erger nog deze vormen van sport zijn een slechte vorm van de voorbereiding voor zelfverdediging.

Sport doe je voor je plezier en als je topsporter bent doe je het om te winnen op het hoogste niveau. In mijn vriendenkring ken ik er eentje die er plezier in heeft en ook nog een grote drive heeft om te winnen, en niet onverdienstelijk ook. Als ik hem zie trainen dan ervaar ik een geweldige drive. Als nu de meeste “traditionele beoefenaren” dit ook zouden doen, dan zouden we vele goede karateka hebben. Eén van de idealen bij karate is eerlijkheid en nederigheid. Daar gaan de traditionalisten prat op, want dat is een ideaal dat je verkrijgt door regelmatige beoefening van deze kunst. Het beheersen van je ego, en dat zou dus niet bij sportkarate zijn. Als je een wedstrijd verliest moet je dat accepteren, je tegenstander was op dat moment beter, en het zou een uitdaging moeten zijn om het een volgende keer beter te doen. Succes vraagt om discipline, regelmatige training en een gezonde levensstijl. En deze kernwaarden gelden dus voor zowel de sportkant als de traditionele kant van het karate. Ik ben ook van mening dat karate, ongeacht op welke manier dat beoefend wordt, een goede bijdrage levert aan een positieve levensstijl. Dus sport is ook een goede manier voor zelfverdediging. Ik las laatst op internet dat een fanatieke bokser verklaarde dat zijn boksen de ultieme zelfbescherming was, niet vanwege de techniek of de sport op zichzelf, maar omdat hij veel tijd heeft doorgebracht in de sportschool en dat hij daardoor (op straat) geen doelwit was voor misdadigers. Daar zit waarheid in.

Ik ben blij dat het karate Olympisch is geworden. In 2020 zal karate tijdens de Olympische spelen in Tokyo worden vertoond. Het huidige karate, wat een groot deel van haar origine vindt in Japan, komt dus na ruim 100 jaar weer terug in dat land. Ik zie uit naar deze wedstrijden, en blijf daarnaast met veel plezier werken aan het trainen en verspreiden van het karate.

André Brockbernd

(zie website World Karate Federation)