Sensei Kase

Dokan is een karatedojo, geen sportschool. In deze dojo wordt het karate onderwezen en beoefend in de stijl Shotokan, en met name volgens de wijze zoals Sensei Kase dat heeft ontworpen.

Sensei Taiji Kase werd geboren in Japan op 9 januari 1929. Toen Kase 6 jaar was begon hij al met het beoefenen van Judo. In 1944 behaalde hij zijn 2e Dan hierin. In dat jaar begon hij ook met karatedo, nadat hij in een boekhandel “Karate-do Kyohan”, geschreven door Sensei Gichin Funakoshi (1868-1957), had gezien. Daar was hij erg van onder de indruk, want hoewel hij al bekend was met judo, kendo en aikido, was karatedo nieuw voor hem. Hij besloot Gichin Funakoshi op te zoeken. Funakoshi nam hem aan als pupil in zijn Shotokandojo, nadat de toen vijftienjarige Kase hem had overtuigd van zijn belangstelling. Toen hij op het punt stond zijn 3e Dan judo te behalen, moest hij met judo stoppen, omdat karate het grootste gedeelte van zijn tijd in beslag nam. Verder deed hij ook nog aan Aikido. Zo kwam hij in contact met Morihei Ueshiba, de oprichter van het Aikido, en met Noriaki Inoue, de Aikido meester van Shigeru Egami. Aan het eind van mei 1945, toen was hij pas 16 jaar, ging hij bij de marine. De oorlog eindigde in augustus van dat zelfde jaar. Hij zei zelf dat hij geen reden heeft bedroefd te zijn, omdat hij in de oorlog had kunnen sneuvelen. Hij ging dan ook meestal met een lach op zijn gezicht door het leven. Aan het einde van oorlog was de Shotokan-dojo door bombardementen vernietigd. Yoshitaka Funakoshi (1906-1945), de zoon van Gichin, was gestorven en alle resterende pupillen waren verspreid over heel Japan. Kase kon geen dojo vinden waar hij kon trainen en pakte daarom het judo weer op totdat Gichin Funakoshi de Shotokan groep weer bij elkaar kreeg. In 1946 kreeg Kase de Shodan (1e Dan) in karatedo en in 1949. Toen hij captain van het team van de Senshu universiteit was hij Sandan (3e Dan). In maart 1951 studeerde hij af in de Economische wetenschappen aan die universiteit.

Sensei Kase bij de J.K.A.
Meester Kase sloot zich aan bij de J.K.A. (Japan Karate Association) om zijn droom te kunnen waarmaken: professioneel karateleraar worden. Hoewel hij hoofdinstructeur was van de Europese J.K.A. hield hij altijd contact met meesters van de rivaliserende N.K.S. (Nihon Karate-do Shotokai). Deze twee groepen, J.K.A. en de N.K.S. splitsten zich bij de dood van meester Gichin Funakoshi, als gevolg van enkele onenigheden. Voor meester Kase was het echter niet meer dan normaal deze contacten te behouden omdat Genshin Hironishi (1913-1999) een van zijn voornaamste leraren was. Hironishi was hoofdinstructeur van de Shotokan Dojo en president van de Japanse Shotokai. Kase had ook een goede relatie met zijn oud training-collega Jotaru Takagi, de toemalige president van de N.K.S. Over de reden waarom Kase niet de J.K.A. standaard volgt zei hij zelf dat zijn karate Shotokan Ryu Kase Ha is: Shotokan waaraan hij een aantal kwaliteiten, zijn ‘personal touch’, heeft toegevoegd. Eén van de taken van Kase in Japan was het trainen van de J.K.A. instructeurs in het kumite, o.a. Enoeda, Ochi en Shirai. Ook had hij de verantwoording voor het afhandelen van de uitdagingen aan het adres van de J.K.A. In de naoorlogse periode (1945-1952), toen Japan onder controle van de Amerikanen stond, won hij vele gevechten en deed zo echte gevechtservaring op. Hierover zegt hij nu dat dit niet in de ware Budo geest was, maar gezien de omstandigheden was het wel oké.

In 1964 verliet Kase Japan om te gaan les geven in andere landen. In 1964 en 1965 gaf hij les in Zuid-Afrika. In 1965 gaf hij een seminar tour in de Verenigde Staten en Duitsland. Van oktober 1965 tot maart 1966 was hij in Nederland en België. In 1967 ging hij naar Milaan (Italië) waar hij Shirai hielp zich te vestigen, totdat Kase naar Frankrijk ging en zich permanent in Parijs vestigde. Tijdens zijn eerste maanden in Parijs moest hij zich bewijzen en moest daarom vechten met Franse karate kampioenen en experts. Zo demonstreerde hij dat zijn karate superieur was aan dat van hen en niet te vergelijken was met hun kennis tot dan toe. Als je volgens Henry Plèe, pionier van het Franse karate, Taiji Kase in actie had gezien dan had je meteen bewondering en respect voor hem omdat hij ”…direct naar de essentie gaat, techniek is slechts een middel voor hem”. Wat echt telt is het resultaat’. In 1986 besloot Kase zijn dojo in Parijs te sluiten om de wereld rond te trekken en zijn kunst te onderwijzen. In de jaren ’80 publiceerde hij twee boeken die o.a. 18 hogere kata’s en de 5 Heian kata’s bevatten, met de toepassing van de belangrijkste technische stappen van de kata’s.

In 1989 richtten Kase en Hiroshi Shirai de WKSA, de World Shotokan Karate Academy, op waarvan Kase president is. Hier onder ziet u het WKSA ideogram “GI” . Het belangrijkste doel van de WKSA was het onderwijzen van de zwarte banders en professionals in het karate-do Shotokan. Kase’s voornaamste doel hiervan was dat zij bleven groeien. Op die manier zal de toekomstige generatie zich blijven ontwikkelen en het karate-do blijven bestaan op de manier waarop hij het ziet. In het dagelijks leven verdeelde Sensei Kase zijn tijd tussen familie, hij was getrouwd en vader van twee dochters, zijn dagelijkse training en het lezen van oude boeken over onder andere budo, poëzie en filosofie.

Sensei Kase sprak over nieuw soort karate.
Hij begon met karate in 1944 in februari van dat jaar in de originele Shotokan Dojo die toen werd geleid door Sensei Yoshitaka en Sensei Gichin Funakoshi. Eigenlijk was Gichin niet meer actief bij de dojo betrokken en nam Yoshitaka het doceren voor zijn rekening. Hij legde zich meer toe op het schrijven en kalligraferen van boeken onder de auteursnaam “Shoto”. Hoewel hij het doceren had neergelegd bleef hij met regelmaat de dojo bezoeken en keurde hij de ontwikkeling van een techniek verder uitgewerkt door Sensei Yoshitaka goed. Het doceren werd gedaan door Sensei Yoshitaka samen met zijn assistenten Hironishi en Egami. Dit was uiteraard in het midden van de oorlog en Kase trainde zo’n 3 maal per week. Meestal de kihon net zoals we dat nu kennen: Sanbon Kumite, Oi tsuki, Maegeri, Yokogeri…allemaal de harde basis! Ook deden zij Kata’s. Karate was alleen voor de strijd, van wedstrijden was er geen sprake.
In 1944 tijdens de oorlog toen hij in de Shotokan Dojo trainde stonden er geschriften op de muur. Kase herinnerde ze me nog goed. Er stond: Ten no kata, Chi no kata, Shi no kata, de Taikyoku’s en Heian kata’s, de Tekki’s, Bassai-dai en Bassai-sho en allerlei andere soorten kata’s. Hij was toen nog een beginner en vroeg met regelmaat aan de senioren wat al de kata’s inhielden. Er zijn uit deze periode boeken en geschriften een van de meest bekende is “karate do nyumon” deze is toegeschreven aan Sensei Gichin Funakoshi maar is eigenlijk geschreven door zijn zoon Yoshitaka.  Door het vroegtijdig overlijden van meester Yoshitaka was meester Gichin genoodzaakt terug te komen en zo ook alle assistent instructeurs die hij onderrichtte. Zij kwamen terug uit China en andere delen van Azië. Bij hun terugkomst bespraken zij de toekomst van het karate. Helaas waren zij niet op de hoogte van de veranderingen die in hun afwezigheid waren doorgevoerd. Meester Yoshitaka had het karate compleet veranderd, met de goedkeuring van zijn vader. Door de leiding van Meester Gichin bleven ze zo dicht mogelijk bij het origineel van Yoshitaka, voor zover dat mogelijk was.  Yoshitaka ontwikkelde de innerlijke kracht, hij geloofde dat als men grote bewegingen maakt dat dan meerdere spieren elkaar zouden helpen. Hier kwam de Shotokan basis vandaan, grote bewegingen en diepe standen, soms leken ze volkomen onbruikbaar maar ze worden na tien of twintig jaar trainen wel degelijk bruikbaar, dit is een diepgaand concept. Het is niet morgen waar we aan denken als we trainen maar aan de verre toekomst. Na vele jaren hard en toegewijd trainen kunnen we overal naar toe met balans en stabiliteit. Met deze training denk ik dat we de kracht en balans hebben om effectief te zijn. Dit is wat meester Yoshitaka had uitgewerkt.

Kase over de invloed op het karate
Matsumura Sokon was de grote figuur achter het Okinawa karate. Na hem kregen we meester Azato en Itosu en dan meester Yabu en Funakoshi. Voordat meester Funakoshi trainde bij meester Itosu trainde hij bij meester Azato. Meester Azato en Matsumaru Sokon trainden bij de Jiggen Ryu het kenjitsu. De defensieve kracht van Funakoshi kwam van Jiggen Ryu. Sensei Gichin trainde samen met Itosu en Azato toen hij in Okinawa was. Zijn zoon Yoshitaka trok meer naar meester Azato. In de periode van 1932 tot 1945 kwam Sensei Yoshitaka omdat druk te staan van het militaire regime, zij eisten technieken voor ongewapende gevechten en Yoshitaka moest wel laten zien wat hij kon anders was het karate gestorven als het leger het ineffectief vond. Kase dacht ook dat Azato de grote invloed was op het huidige karate daarom was ons karate zo veel verschillend van het Shuri-te karate. Gichin Funakoshi zat in de Shuri-te vorm en met Yoshitaka werd alles anders en Shotokan van vandaag de dag was zijn werk. Het is waarschijnlijk dat Gichin Yoshitaka heeft geholpen om deze vorm te ontwikkelen.

Kase had van andere meesters in andere stijlen gehoord dat Shotokan kata’s verschillend zijn van Shuri-te kata’s. Bijvoorbeeld het Unsu en het Soochin: Een oude meester van de Shito Ryu vertelde Kase dat de Shotokan Soochin hetzelfde was als samoerai Soochin en dus verschillend van Shuri-te. Je moet hiervoor een flexibel en zeer sterk lichaam hebben evenals een sterke geest. Je moet reageren en het lichaam van je tegenstander ‘snijden’ zoals in Jiggen Ryu zwaardvechten. Kase dacht dus dat deze samoerai Soochin van meester Azato af komt. Vanaf de 16de eeuw namen de Okinawa koningen hun eigen krijgers regelmatig mee naar Kyushu. Hier werden ze geïnstrueerd in Eishin Ryu. Natuurlijk leerden zij hun eigen stijl aan hun eigen samoerai. Matsumura Sokon was ook een krijger die met een Okinawa koning meeging naar Kyushu, Kase had dan ook geen enkele twijfel dat hij daar het Jiggen Ryu systeem heeft geleerd. Jiggen Ryu is eigenlijk een Satsuma stijl die van een Zen boedhistische meester afkomstig is die ook een hogere graad had in het Ken Ryu, een zwaardvechtkunst. Iemand van Kyushu moet deze stijl van de zen meester in Kyoto meegenomen hebben naar Satsuma Shimazu en is daar deze stijl van Kendo gaan instrueren. Uiteindelijk is de naam van Jiggen Ryu geadopteerd voor deze kunst. De training in deze stijl was zeer hard en er werd door de beoefenaars geen beschermingskleding gedragen. Ze trainen met de boken (een houten zwaard), waarmee ze zo snel mogelijk door een bos rennen en de bomen op hun weg zo hard mogelijk met het zwaard proberen te raken. De schok die je armen krijgen was zeer gevaarlijk maar toch sloegen zij zo’n 2 tot 3 duizend maal per dag tegen bomen. Na vijf tot tien jaar training zijn zij zo sterk dat zij zelfs met het houten zwaard diepe sneden in een boom kunnen maken en op een slagveld zouden zij een arm kunnen verbrijzelen door simpelweg tegen het zwaard te slaan dat de tegenstander vast heeft. Samoerai van de Jiggen Ryu behoorden tot de Satsuma rebellen die tegen keizer Meiji in opstand kwamen. Het vergde een groot deel van het Japanse leger 2 jaar om deze 360 samoerai uit de weg te ruimen. Normaal gezien hakten deze samoerai het Japanse leger in de pan, zo sterk waren ze. Ik geloof sterk in het feit dat Shotokan zo populair is geworden vanwege deze achtergrond in het Kendo. Yoshitaka had ook een flexibel lichaam en een zeer sterk karakter. Ik denk dat hij beïnvloed is door een van de hogere leerlingen van Azato. En zo was het Shotokan ontstaan, door doorzettingsvermogen en een sterk karakter.

Sensei Kase overleed op 24 november 2004.