image_pdfimage_print

Bij Karate geeft men de vorderingen van de karateka weer in de vorm van banden beginnend bij wit (8e kyugraad) en doorgaand tot aan zwart (dangraad) en verder. Voor alle banden tot zwarte band kan men bij de karateschool examen afleggen. Voor de zwarte band (dangraden) moet een examen afgelegd worden bij de World Shotokan Ryu en daarna eventueel bij Karatebond Nederland. Bij de jeugd  worden tussentijdse toetsen (1 maal per maand) afgenomen. Deze worden bijgehouden op een zogenaamde stickerkaart. Bij een volle kaart mag er examen worden gedaan. Voor bruine en zwarte band examens wordt men uitgenodigd door de karateleraar.

Wanneer een leerling op de karateschool begint mag hij een karatepak dragen met een witte band ondanks dat hij hiervoor nog geen examen heeft afgelegd. Tijdens de trainingen worden de vorderingen van de leerlingen voortdurend bekeken.

Het examen wordt afgenomen door minimaal 1 lid van het docententeam geassisteerd door dangraadhouders. Tijdens het examen moet de karateka verschillende technieken, kata en kumite vormen laten zien. Gedurende het examen worden de resultaten bijgehouden op een speciaal beoordelingsformulier dat na het examen aan de karateka overhandigd wordt

Aan die leerlingen die het examen met goed gevolg afleggen wordt na het examen een diploma en een band overhandigd.
Over de uitslag van de examens kan niet worden gediscussieerd met de examinatoren. Van de kandidaten en de karateka, die niet mee aan het examen hebben gedaan, wordt verwacht dat de uitslag wordt gerespecteerd.

Het mogen deelnemen aan kyuexamens is gebonden aan exameneisen. Voor examens moet regelmatig worden getraind. Hiervoor worden aanwezigheidslijsten bijgehouden.
Voor elke examen zijn er minimale aanwezigheidseisen:

  • 7e kyu (gele band) 16 trainingen
  • 6e kyu (oranje band) 25 trainingen
  • 5e kyu (groene band) 30 trainingen
  • 4e kyu (blauwe band) 40 trainingen
  • 3e kyu (bruine band) 90 trainingen
  • 2e kyu (bruine band) 105 trainingen
  • 1e kyu (bruine band) 125 trainigen

(1 training kan ook 1 trainingssessie zijn van een door DOKAN erkende karatestage)

Voor de dangraden gelden ook aanwezigheidseisen. Hierbij wordt vanuit gegaan dat de kandidaat aansluitend aan het examen van de eerste kyu (bruine band) of dangraadexamen lid gebleven is. Bij langdurig afwezig zijn moet de karateka minimaal 1 jaar aansluitend getraind hebben om in aanmerking te komen voor een dangraadexamen. Ook als men zich opnieuw aanmeldt als lid van DOKAN, dan moet men om in aanmerking te komen voor een dangraadexamen minimaal  1 jaar getraind hebben. Na deze periode wordt door Sensei André Brockbernd bepaald hoelang de termijn zal zijn voor een volgend dangraadexamen.